Meester (Leo) Duwel maakte op zijn eerste werkdag (6-10-1966) grote indruk als afgezwaaide soldaat die in tanks had gereden en met een geweer had geschoten. Juffrouw (Elly) Vos-Beltman werd bij haar eerste kennismaking geconfronteerd met een klas waarin over de banken werd gelopen.
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)

Ik was er niet bij toen meester Duwel op zijn eerste werkdag indruk maakte. Wel toen hij, vier jaar later, zijn eerste werkdag beleefde als nieuwbakken en enige leraar van de nieuwbakken basisschool in Elsbroek. Later de 'Guido Gezelleschool' geheten. Ik bewaar nog een stapel schoolkranten uit die vroege jaren-zeventig-periode waaruit blijkt hoezeer meester Leo Duwel ijverde voor deze nieuwe school.
BeantwoordenVerwijderenOok weet ik nog als de dag van gisteren het aller-, allereerste uur van die spiksplinternieuwe school. Die stond naast het basketbalveldje van de LTS Sint-Paulus, waar de Broekhofjes en de Lais later zoveel ballen door het netje hebben geworpen. Meester Duwel kreeg er een middelbruin gebeitst houten noodgebouwtje om er een nieuwe school in te stichten.
De school had een soort voorportaal om je jassen in op te hangen, en dan belandde je onmiddellijk in het klaslokaal, waar dertig tafeltjes en stoeltjes dagelijks de kinderen ontvingen. Helemaal voorin het bureau van de meester, en daarachter ging kennelijk nog iets van een opberghokje schuil. Dat was het nieuwe domicilie van meester Duwel, vier jaar na zijn start op de Sint-Jozef. De klassefoto van dat eerste jaar zag er zo uit:
http://bit.ly/q3DAKV
Voor mij kwam meester Duwel precies op tijd. Ik herinner me nog de seconde dat hij en ik elkaar de hand schudden: "Zo, dus jij bent Michel", zei hij toen mijn moeder ons bij hem introduceerde. Hoe wist deze grote, aardige man mijn naam? Waarom stond hij bij de ingang om iedereen een hand te geven? Ik was op de kleuterschool een lieve zuster gewend (Margreto) maar zo'n grote, aardige man leek me veel leuker en interessanter. Hij was lang, slank, had een mooi grijs jasje aan. Wist ik veel dat hij ooit in dienst een geweer had afgeschoten; dat had weinig bijgedragen (zij het niet afbreuk gedaan) aan zijn status als nieuwe meester.
Wat ook hielp, was dat meester Duwel een huis betrok als het onze. Frans Halslaan 1, meen ik. Ik ging een keertje langs, en ontmoette ook zijn vrouw. Heel aardige vrouw, bril gezicht 1968. En een kindje met een fietsje met steunwieltjes! Dat was dus al een heel groot kindje.
Eén jaar daarna kreeg onze klas juf Langelaan. Mejuffrouw Carla Langelaan. Waar die gebleven is, joost en god mogen het weten. Ze paste prima in de lijn-Duwel: aardig, zorgzaam, de klas in haar vingers. En een oranje-gele bloes, een kleur die je anno 2011 nergens meer vindt. Ze reed ook in een Austin Mini 850, nog minder vindbaar dan de bloes.
In klas 3 kregen we meester Duwel weer terug, wat me absoluut niet speet, ondanks de kwaliteiten van Juf Langelaan. Intussen had ik al begrepen dat ik later, als ik groot was, ook een soort meester Duwel wilde worden. Onderwijs was zeg maar helemaal mijn ding. Kinderen laten leren, omdat ik zelf van leren zo gelukkig werd. Een mens wordt gelukkig van de dingen die hij goed kan.
BeantwoordenVerwijderenEen half jaar maar heeft dat nieuwe geluk mogen duren. Toen kwam meester Van 't Nedereind, en die verdreef meester Duwel. Vraag me niet waarom, ik weet niet hoe de Hillegoms machinaties toen verliepen. Maar de school die meester Duwel in elkaar had gedraaid, werd overgeleverd in de handen van de Groesbeekse meester Van 't Nedereind. Die had een onmogelijke wedstrijd te winnen: opvolgertje spelen van een geliefde meester (geliefd, ondanks dat hij André van Kruijssen en Sander Plekker strafte door ze met een prullenbak boven hun hoofd voor in de klas te laten zitten). 'Meester Hans' met zijn zwartleren jasje woonde zelfs in onze straat, maar kon het toch onmogelijk winnen van meester Duwel. Het leven is niet eerlijk. Ook niet voor Groesbekers. En het hielp ook al niet dat hij Sander Plekker in de rij had geschopt.
Ruim 20 jaar later was ik leraar Nederlands en promoveerde ik in de onderwijskunde. Eénmaal raden aan wie ik dat te danken had. En éénmaal raden wie er in de zaal zat bij mijn promotie.
Ik ben een gelukkig mens. Ik gebruik mijn onderwijstalenten om anderen te helpen. Ik kan anderen inspireren, en helpen om kinderlevens richting te geven. Lesgeven, kinderen helpen, het is het mooiste beroep dat er bestaat.
Of een vandaag de dag de uit dienst afgezwaaide meester Duwel nog voor het onderwijsberoep zou kiezen, weet ik niet. In 'onze tijd' kwamen veel goedlerende kinderen als meester of juf in het onderwijs terecht. Het best lerende kind van een gezin werd vaak onderwijzer.
Maar tegenwoordig is dat anders. Wie wil 'verder leren' kiest niet voor onderwijs. Nu kiezen de zwakste havo-leerlingen en sommige niet al te sterke vmbo-leerlingen voor de pabo. Een verlegenheidskeuze. Een deel van hen heeft hart en verstand op de goede plaats. Een *te* groot deel niet. Dat is pijnlijk. Ik gun elk kind een meester Duwel. Daarvan zijn er te weinig. En de weinigen die er zijn, kiezen vaak voor een andere carrière dan het leraarschap.
Gaan wij nog geven om onze kinderen? Gaan wij het leraarschap nog aantrekkelijk maken voor meesters als meester Duwel? Zetten we nog inspirerende mensen voor de klas? U en ik maken het uit, dus laten we er voor zorgen het goede te doen.